Een sigaret dooft uit, maar niet de spitsvondigheid van tabaksbedrijven

De tabaksindustrie komt alleen te staandonderdag, 8 oktober 2020
Suzanne Gabriels, expert tabakspreventie Stichting tegen Kanker
 

Philip Morris International voorspelt voor een aantal landen het einde van de sigaret binnen 10 à 15 jaar. André Calantzopoulos, CEO van PMI, zei dit tijdens een event georganiseerd in de marge van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (VN).

Dit statement van PMI is zeer opmerkelijk en (beleefd geformuleerd) een duidelijke zet om verwarring te zaaien en zichzelf als respectabel bedrijf op de voorgrond te plaatsen. Als we even geen blad voor de mond nemen, durven we dit vanuit Stichting tegen Kanker ronduit beschamend en zelfs crimineel te vinden. Het is immers onmogelijk om tabaksproducten op de markt te brengen en te verkopen op een manier die verenigbaar is met de volksgezondheid of met de SDG (Sustainable Development Goals) agenda van de VN. 

Volgens artikel 5.3. van de kaderconventie van de WHO (FCTC of Framework Convention Tobacco Control) bestaat er een fundamenteel en onverzoenbaar conflict tussen de belangen van de tabaksindustrie en de belangen van een volksgezondheidsbeleid. 

Laat ons dus even uitleggen wat er aan de hand is en de sluwe tactieken van de tabaksbedrijven blootleggen. Het is immers geen toeval dat PMI in de marge van een VN meeting communiceert. Tijdens de Concordia summit komen beleidsmakers en opinieleiders uit de publieke, private en non-profit sector samen om naar acties te zoeken vanuit gedeelde waarden. PMI schuift dan graag mee aan tafel met een verhaal dat op het eerste zicht positief klinkt. Maar is dat echt zo?

De tabaksbedrijven zijn in de 20ste eeuw verantwoordelijk geweest voor 100 miljoen doden wereldwijd: een verbijsterend cijfer. Voor de 21ste eeuw riskeren we af te stevenen op 1 miljard tabaksdoden wereldwijd. De tabaksindustrie is een industrietak die gigantische problemen creëert, op vlak van gezondheid, maar ook op vlak van kinderarbeid, ontbossing, peukenproblematiek etc.

”Tobacco Harm Reduction” (THR), de nieuwe modeterm binnen tabakspreventie, waarvan PMI gretig gebruik maakt, is aanvankelijk gestart vanuit kleine e-sigarettenfabrikanten en aangemoedigd door goed georganiseerde gebruikers van de elektronische sigaret. Momenteel zijn het echter de 4 grote internationale tabaksbedrijven die het voortouw nemen voor een THR strategie en die “gezonde” alternatieven voor de sigaret aan de man brengen.

Nooit eerder in de geschiedenis stelde zich het probleem dat de bedrijven die de oplossingen voor schadebeperking aanreiken tezelfdertijd de bedrijven zijn die het probleem gecreëerd hebben. De producenten die hebben gezorgd voor heroïneverslavingen zijn niet de fabrikanten van methadon (dit is een Harm Reduction Product in het kader van drugsbeperking, op voorschrift verkrijgbaar bij een arts). De producenten van condooms, belangrijk in het kader van aids-preventie, hebben geen enkele verantwoordelijkheid gehad bij de verspreiding van deze ziekte. Bij tabaksbedrijven ligt dat anders: zij zitten aan de kant van de probleemveroorzakers en durven zich daarna op te werpen als probleemoplossers.

PMI stelt zichzelf voor als grote voorstander van een “smoke-free world”. Het bedrijf investeert over 12 jaar 1 miljard US dollar in de “Foundation for a Smoke-Free World”, opgezet als een onderzoeksfonds. Deze “Smoke-Free World” claim is echter totaal ongeloofwaardig; en wel om volgende redenen:

  • het bedrijf blijft nieuwe markten zoeken voor de klassieke “combustible” sigaret, vooral in Azië en Afrika
  • het bedrijf stopt niet met reclamecampagnes voor “combustible” sigaretten daar waar overheden dit nog niet verboden hebben
  • de stelling dat het bedrijf op termijn zal gaan stoppen met het verkopen van de “combustible” sigaret is zeer vrijblijvend. Er wordt geen enkele “tijdslijn” voor het volledig stopzetten van de verkoop overal, in de hele wereld, vooropgesteld. Ook in de nieuwe communicatie ter gelegenheid van het VN event is er slechts sprake van het einde van de sigaret in een aantal landen.

De doelstelling of achterliggende agenda is een zachte transitie en een business model blijven hanteren dat gebaseerd is op verslaving. Hun nieuwe verhitte tabaksproducten, waarbij de tabak verhit wordt maar niet meer verbrand, passen hier duidelijk in. Opmerkelijk is bovendien dat de zogezegd gezonde alternatieven voor de sigaret, die ze nu internationaal promoten, hogere winstmarges voor hen opleveren dan de klassieke sigarettenverkoop. Het vraagstuk over de taxatie van deze nieuwe producten is dus zeker aan de orde want tot nu toe glippen deze nieuwe tabaksproducten door de mazen van het taxatie-net. Stichting tegen Kanker zal dit pijnpunt zeker op de politieke agenda blijven plaatsen.