Protontherapie: behandeling van de toekomst of schaamteloze verspilling?

centre protontheraieDinsdag, 29 januari 2019

12 jaar! Al 12 jaar financiert en neemt de Stichting tegen Kanker deel aan, in haar hoedanigheid als onafhankelijke en nationale stichting, de creatie van BHTC. Deze interuniversitaire werkgroep zet zich in voor de voorbereiding om een centrum voor protontherapie in België te verwezenlijken, zodat deze innovatieve vorm van radiotherapie kan gebruikt worden voor de zieken.

Sindsdien, hebben verschillende centra voor protontherapie zich vermenigvuldigd over heel de wereld. Momenteel bestaan er 62 centra, die in totaal over 165 behandelkamers beschikken. Er zijn ongeveer 24.000 patiënten die behandeld geweest zijn door protontherapie in 2018. Het aantal centra zou moeten verdubbelen in 2022.

In het tweede semester van dit jaar zal het eerste Belgische centrum eindelijk zijn deuren openen voor de eerste zieken.

En dan publiceert het KCE, het Federaal kenniscentrum voor de gezondheidszorg, op 24 januari een rapport dat het nut van deze nieuwe behandeling in twijfel trekt, met uitzondering voor een heel klein aantal patiënten.

Dit alles voor wat?

Het (KCE) schat, op basis van een analyse van de bestaande wetenschappelijke literatuur, dat er momenteel geen harde bewijzen zijn over de superioriteit van protontherapie tegenover klassieke radiotherapie. Zoals het KCE trouwens verduidelijkt is deze conclusie tijdelijk. Niettemin slaat dit in als een bom… Bovendien kwalificeert het KCE de protontherapie als een “zeer dure techniek”. Dit zal, zonder twijfel, de radiotherapeuten doen opschrikken.

Een advies om te relativeren…

Het advies van KCE berust op een methodologie die niet unaniem aanvaard is door de wetenschappers. KCE baseert zich op resultaten van protontherapie uit het verleden en extrapoleert de resultaten van verouderde technologie naar de toekomst. Daarbij mist KCE de potentiële meerwaarde van de actuele protontechnologie. Talrijke studies zijn lopende en er bestaan al, bij gebrek aan onweerlegbaar bewijs uit vergelijkende klinische studies, steeds meer sterke data. Op basis hiervan en in tegenstelling tot het KCE, hebben meerdere wetenschappelijke verenigingen sinds 2017 hun aanbevelingen herzien door de indicaties van de protontherapie duidelijk te verbreden (ASTRO, American Society for Radiation Oncology ; NCCN, National Comprehensive Cancer Network). Dichter bij huis zijn er in Nederland en Scandinavië andere benaderingen dan die van het KCE gevolgd, om bredere of meer individuele indicaties voor protontherapie te bepalen.

Levenskwaliteit van patiënten

Wat bijwerkingen betreft, blijkt het ook dat protontherapie minder negatief impact zou hebben dan de klassieke radiotherapie. Het is dus ook van belang om in het rapport van KCE de levenskwaliteit voor de patiënten, op lange termijn, op te nemen. Maar alvorens te beschikken over een onweerlegbaar bewijs wat betreft de laattijdige bijwerkingen zijn er nog heel wat studies nodig. Het KCE verwijst naar een periode van 10 jaar voor een mogelijke revisie van de indicaties door de tijd die nodig is om de verschillende studies af te ronden. Kunnen we vragen aan de patiënten om zo lang te wachten?

Innovatie, maar voor welke prijs?

Mogen we protontherapie echt kwalificeren als een “zeer dure techniek”?  Ja, de kosten voor de volksgezondheid zijn belangrijk. Ja, protontherapie is duurder dan klassieke radiotherapie door de technische infrastructuur die het nodig heeft. Maar in vergelijking tot andere vernieuwende behandelingen, zoals bijvoorbeeld de meest recente immuuntherapieën, lijkt protontherapie goedkoop.

Waar ligt het evenwicht?

Protontherapie heeft absoluut niet het doel om alle klassieke radiotherapie te vervangen. We kunnen het debat in een vraag samenvatten: hoe en op basis van welke criteria worden de kankertypes en de patiënten geïdentificeerd voor wie protontherapie beter zou zijn dan klassieke radiotherapie, in termen van efficiëntie, ofwel van levenskwaliteit op korte, middellange of lange termijn. Om dit te doen, hebben we enerzijds een rapport van KCE, dat zich kenmerkt door een grote wetenschappelijke voorzichtigheid. Anderzijds, bestaan er al een heel aantal aanbevelingen die meer ambitieus zijn vanuit wetenschappelijke organisaties en meer soepele praktijkvoorbeelden die gemakkelijker toepasbaar zijn. Het zou nuttig zijn om het juiste evenwicht te vinden.

Lopende zaken of dringende beslissing?

De bal ligt in het kamp van de federale regering. Als de criteria voor de terugbetaling voor protontherapie te beperkt zijn dan hebben we een merkwaardig voorbeeld van politieke terughoudendheid die de hoop van een groot aantal zieken ontneemt. In andere domeinen, heeft de overheid wel oplossingen gevonden voor een betere of snellere toegankelijkheid voor innovatieve kankerbehandelingen mogelijk te maken, ondanks hun hoge kost. Laat ons hopen dat de regering een gelijkaardige oplossing zal vinden voor protontherapie. Het is niet enkel een kwestie van lopende zaken, maar wel een dringende beslissing. Laat ons niet vergeten dat het eerste Belgische protontherapiecentrum binnen enkele maanden zal openen. Op dit domein, hebben de Belgische patiënten al veel te lang moeten wachten!

 

Dr D. Vander Steichel,                                                   Dr Anne Boucquiau,

Algemeen directeur                                                      Manager medisch wetenschappelijk expertise

Stichting tegen Kanker                                                 Stichting tegen Kanker