Voedingssupplementen: vriend EN vijand

Voedingssupplementen bij kanker: vriend EN vijand!

Uit onderzoek blijkt dat 54 tot 81% van de kankerpatiënten voedingssupplementen (vitamines, kruiden, planten,…) gebruikt. Mensen doen dit ondermeer om genezing maximaal in de hand te werken, bijwerkingen te verminderen en levenskwaliteit te optimaliseren.


Het gebruik van voedingssupplementen loopt vaak gelijk met de kankerbehandeling(en). Waar veel mensen zich niet van bewust zijn is dat, naast positieve effecten, voedingssupplementen ook ongewenste, negatieve effecten kunnen veroorzaken. Een van de belangrijkste is dat ze in vele gevallen de effecten van kankerbehandelingen kunnen verminderen.

Ze kunnen ook de ernst van de ziekte doen toenemen en overdosis kan in sommige gevallen zelfs dodelijk zijn. Daarnaast kunnen ze ook de werking van andere, klassieke medicatie beïnvloeden en zelf bijwerkingen hebben. Het feit dat het vaak om planten (fytotherapie) gaat, betekent niet noodzakelijk dat ze zonder gevaar zijn.

Patiënten worden daarom aangespoord om ieder gebruik van voedingssupplementen en andere niet-conventionele behandelingen aan hun oncoloog te melden. We raden oncologieprofessionals aan om er spontaan naar te peilen bij hun patiënten. Zo kan de patiënt veilige en weloverwogen keuzes maken en ongunstige effecten vermijden.

Voor informatie over de definitie van supplementen, en hoe veilige en kwaliteitsvolle supplementen kiezen, kan u  de brochure van Antikankerfonds ‘Supplementen tijdens kankertherapie’ bestellen door hen rechtstreeks te contacteren via hun contactformulier op hun website.


De wegwijzer rond voedingssupplementen kan je hier raadplegen

Laatst aangepast op: 25/02/2022

Getuigenissen

“Ik wou na mijn pensioen nog iets doen. Ik wou me nuttig voelen, bezig zijn met andere mensen en hen mijn tijd geven. Aangezien ik al opleidingen had gevolgd in massage- en psychofysieke therapie, was ik onmiddellijk geïnteresseerd in het werk als schoonheidsconsulente. Ik besloot om de lessen te volgen en vrijwilliger te worden voor Stichting tegen Kanker. Je moet natuurlijk graag en regelmatig naar het ziekenhuis gaan en voeling hebben met communiceren via aanrakingen. Ik heb me ook over mijn angsten voor deze ziekte moeten heen zetten.”Lees verder