Wegwijzer voedingssupplementen

Ben je op zoek naar concrete informatie over het gebruik van voedingssupplementen (vitamines, kruiden, planten …) tijdens een kankerbehandeling? Deze wegwijzer biedt een overzicht van 20 vaak gebruikte supplementen, hun toepassingen én de voor- en nadelen van hun gebruik.



Voor je voedingssupplementen inschakelt, raden we je aan onze belangrijke informatie over het gebruik ervan aandachtig te lezen. De overzichtstabel achter deze link toont ook hoe voedingssupplementen soms vriend én vijand kunnen zijn.

Hoe gebruik je de applicatie?



Zoeken op voedingssupplement:

  • Maak je keuze in het rolmenu ‘Kies een supplement‘.
  • Je krijgt als resultaat de volledige informatieve fiche voor jouw keuze onder het rolmenu.



Zoeken op behandeling:

  • Maak je keuze in het rolmenu ‘Kies een behandeling’.
  • Onder het rolmenu krijg je als resultaat alle supplementen uit onze lijst die een invloed - positief of negatief - kunnen hebben op de gekozen behandeling.
  • Voor elk supplement kan je de volledige informatieve fiche aanklikken.

Kies een supplement

Kies een behandeling

Alfabetisch gesorteerde lijst van resultaten voor 'Radiotherapie':

Aloë vera

Aloë Vera is een cactusachtige plant die klassiek uitwendig gebruikt wordt onder de vorm van een gel om (brand)wonden te genezen, bij zonnebrand en bij diverse andere huidaandoeningen. Oraal wordt het ingenomen als laxeermiddel, onder de vorm van latex of sap (1,2).

Toepassingen bij kankerbehandeling

Kankerpatiënten gebruiken aloë vera bij huidschade door radiotherapie. Uit studies blijkt echter dat dit middel huidreacties en verbranding door radiotherapie niet kan voorkomen noch beperken (1,2,4,7).

In een studie bij patiënten met (hoofd- en hals)kanker kon orale inname van aloë vera sap de ernst van (orale) mucositis (slijmvliesontsteking) door radio- en chemotherapie beperken (2,6).

 

Mogelijke negatieve effecten bij kankerbehandeling

Oraal gebruik als laxeermiddel is af te raden, aangezien studies bij dieren aanwijzingen hebben gegeven dat dit dikkedarmkanker in de hand zou kunnen werken (1).

Algemene bijwerkingen

Uitwendig, lokaal gebruik van aloë vera heeft weinig tot geen bijwerkingen (1).

Oraal gebruik en injecties zijn af te raden, omwille van negatieve bijwerkingen en onduidelijke resultaten uit klinische studies. Injecties van aloë vera bij kankerpatiënten hebben al tot de dood geleid (2).

Interacties met andere geneesmiddelen en voedingssupplementen

Aloë vera kan het effect versterken van bepaalde hartmedicatie, steroïden en diuretica (vochtafdrijvende middelen) (3).

Het gebruik van orale aloë vera moet stopgezet worden voorafgaand aan een chirurgische ingreep, omwille van verhoogd bloedingsgevaar (2).

Aloë vera kan ook een suikerverlagend effect hebben (1). Aan mensen die hier al 'klassieke' medicatie voor nemen wordt aangeraden het gebruik zeker te melden aan hun arts.

Andere voedingssupplementen kunnen ook een suikerverlagend (betaglucanen, gember, ginkgo biloba, ginseng, knoflook, kurkuma, mariadistel, Q1O en visolie/omega-3 vetzuren) effect hebben. Wees dus voorzichtig bij het gebruik en meld dus ook combinatiegebruik zeker aan uw arts.

Dosering voor volwassenen

Oraal gebruik kan abortus veroorzaken, gebruik aloë vera dus zeker niet tijdens de zwangerschap (4). 

Oraal gebruik is af te raden zonder overleg met een arts (4).

Uitwendig gebruik kan wel, gebruik in dat geval aloë gel, zalf of lotion, zeker geen latex of sap, die voor orale inname bedoeld zijn (2).

Referenties

  1. http://nccam.nih.gov
  2. www.mskcc.org
  3. Ulbricht C, Armstrong J, Basch E, Basch S, Bent S, Dacey C, et al. An evidence-based systematic review of Aloe vera by the natural standard research collaboration. Journal of herbal pharmacotherapy. 2007;7(3-4):279-323.
  4. Hoopfer D. et al. Three-Arm Randomized Phase III Trial: Quality Aloe and Placebo Cream Versus Powder as Skin Treatment During Breast Cancer Radiation Therapy. Clin Breast Cancer. 2014 Dec 24. pii: S1526-8209(14)00287-0.
  5. http://umm.edu
  6. Sahebjamee M, et al. Comparative Efficacy of Aloe vera and Benzydamine Mouthwashes on Radiation-induced Oral Mucositis: A Triple-blind, Randomised, Controlled Clinical Trial. Oral Health Prev Dent. 2015;13(4):309-15
  7. Ferreira EB. et al. Topical interventions to prevent acute radiation dermatitis in head and neck cancer patients: a systematic review. Support Care Cancer. 2017 Mar;25(3):1001-1011.

Antioxidanten

Antioxidanten zijn stoffen die oxidatie tegengaan. Oxidatie is een proces waarbij vrije radicalen in ons lichaam worden gevormd. Vrije radicalen zijn agressieve, schadelijke stoffen die bijvoorbeeld tot kanker kunnen helpen leiden. Antioxidanten zijn ondermeer terug te vinden in onze voeding, zoals onder de vorm van vitamines, mineralen en spoorelementen. Voorbeelden zijn de vitamines A (en haar voorloper bèta-caroteen), C en E, selenium en zink.

Ook andere stoffen in onze voeding hebben een antioxidatieve werking, zoals resveratrol, groene thee, kurkuma enzovoort. Verschillende van deze antioxidanten worden apart behandeld in deze toepassing.

Deze fiche gaat over supplementen waarin verschillende van deze antioxidanten gecombineerd worden. In de praktijk bevatten deze vaak hoge dosissen, hoger dan de Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheden (ADH), waardoor ze andere eigenschappen krijgen die bijzondere aandacht verdienen.

Toepassingen bij kankerbehandeling

Antioxidanten lijken schade aan gezonde cellen door bepaalde kankerbehandelingen te kunnen beperken (1,3).

Ze kunnen tijdens de behandeling ook een optimale voedingsstatus garanderen wanneer door de ziekte en/of de behandeling(en) de voedingsinname verminderd is (2,3).

Sommige antioxidanten zouden de bijwerkingen van radiotherapie en de toxiciteit van chemotherapie in bepaalde omstandigheden kunnen verzachten. Dit op voorwaarde dat de ADH (Aanbevolen Dagelijkse Hoeveelheid) van ieder bestanddeel niet wordt overschreden (1,2,3).

Mogelijke negatieve effecten bij kankerbehandeling

Supplementen die hogere dosissen dan de dagelijks aanbevolen hoeveelheden bevatten, kunnen schadelijk en toxisch zijn bij inname tijdens kankerbehandeling (2,3). Theoretisch kunnen ze het effect van behandelingen waarvan het effect berust op oxidatie verminderen. Dat is zo voor radiotherapie en bij de antitumorale antibiotica bleomycine en mitomycine.

Specifiek voor prostaatkanker werd aangetoond dat een meermaals dagelijkse inname van multivitaminensupplementen het risico op vergevorderde en dodelijke prostaatkanker doet toenemen. Dit werd vooral genoteerd bij mannen met familiale aanleg voor prostaatkanker en mannen die, naast de multivitaminen, ook andere combinatiesupplementen innamen (2).

Algemene bijwerkingen

Een inname hoger dan de dagelijks aanbevolen hoeveelheden kan voor verschillende antioxidanten nadelige gezondheidseffecten hebben. Vooral bij inname van hoge dosissen vetoplosbare vitamines (A,D,E en K) en spoorelementen (bijvoorbeeld zink en selenium) is voorzichtigheid geboden. Overdreven dosissen kunnen niet alleen toxisch, maar soms zelfs fataal zijn.

Interacties met andere geneesmiddelen en voedingssupplementen

Wanneer de dagelijks aanbevolen hoeveelheid van antioxidanten gerespecteerd wordt, lijkt er geen probleem te zijn. Hogere dosissen kunnen interfereren met geneesmiddelen en andere voedingssupplementen, en zijn ook daarom beter te vermijden. Vraag steeds advies aan uw arts alvorens u met een combinatiesupplement begint.

Dosering voor volwassenen

Combinatiesupplementen worden uit voorzorg beter niet gebruikt op het moment van behandeling met radiotherapie en met de antitumorale antibiotica bleomycine en mitomycine. Gebruik ze niet tijdens de behandeling en ook niet 2 dagen ervoor en erna.

Hoge dosissen van combinatiesupplementen moeten vermeden worden, de dagelijks aanbevolen hoeveelheid voor iedere stof mag niet overschreden worden (1).

Wanneer de hoeveelheden gerespecteerd worden, kunnen combinatiesupplementen nuttig zijn zeker als door verminderde voedingsinname tekorten dreigen (3).

Referenties

  1. Vogel J. et al. Handboek voeding bij kanker, Utrecht: de Tijdstroom, 2012.
  2. Morey B. et al. A review of evidence-based practice in nutrition related complementary therapies: improving the knowledge of dietitians. Cancer Forum, Vol 35 Issue 2, 2011.
  3. Gröber et al. Micronutrients in Oncological Intervention. Nutrients. 2016 Mar 12;8(3):163. 

Co-enzym Q10

Co-enzym Q10 (ook wel CoQ10, Q10 of ubiquinone genoemd) is een vitamine-achtige stof die door het menselijk lichaam aangemaakt wordt. De stof zit ook in voeding zoals vette vis (zalm, tonijn, …) , orgaanvlees (lever enz.) en volle granen. Het is op de markt verkrijgbaar als voedingssupplement. Q10 speelt een belangrijke rol in de energieproductie van de cellen en is een antioxidant. Dat is een stof die oxidatie tegengaat en dus de vorming van vrije radicalen in ons lichaam.

Vrije radicalen zijn agressieve, schadelijke stoffen die bijvoorbeeld tot kanker kunnen helpen leiden (1). Q10 zou algemeen ook de weerstand kunnen bevorderen (1,3).

Toepassingen bij kankerbehandeling

Q10 kan door zijn antioxidatieve werking de harttoxiciteit van doxorubicine (Adriblastina®, Caelyx®, Doxorubicine®, Myocet®) verminderen (1,4). 

Q10 zou verder chronische vermoeidheid bij kanker kunnen verminderen. Dit moet echter door bijkomend onderzoek worden bevestigd (1,3).

Een voedingssupplement dat coenzyme Q10 combineert met riboflavine en niacine werd getest bij 84 borstkankerpatiënten die tamoxifen namen. Het voedingssupplement zorgde voor een verbetering van waarden als triglyceriden en cholesterol. De verhoging van deze parameters werd toegeschreven aan de tamoxifenbehandeling. Er was ook een verbetering van een aantal bloedwaarden die kunnen gelinkt worden aan een betere prognose en antioxidantstatus. (5)

Mogelijke negatieve effecten bij kankerbehandeling

Omwille van de antioxidatieve werking zou Q10 theorethisch het effect van behandelingen met een oxiderende werking kunnen verminderen. Dat is het geval bij radiotherapie, cyclofosfamiden, dacarbazine, platinumanalogen, anthracyclines en antitumorale antibiotica bleomycine en mitomycine.

Algemene bijwerkingen

De bijwerkingen van Q10 zijn zeldzaam, maar eventueel kunnen misselijkheid, diarree en verlies van eetlust optreden (2).

Interacties met andere geneesmiddelen en voedingssupplementen

Q10 kan de behoefte aan insuline verminderen. Meld gebruik aan uw arts (4).

Raadpleeg tevens uw arts als u Q10 neemt in combinatie met de bloedverdunner warfarine: Q10 kan de werking ervan verminderen. Omgekeerd kunnen statines en bètablokkers de werking van Q10 verminderen (4).

Andere voedingssupplementen kunnen ook een suikerverlagend (aloë vera, betaglucanen, gember, ginkgo biloba, ginseng, knoflook, kurkuma en visolie/omega-3 vetzuren) en een bloedverdunnend (druivenpitextract/resveratrol, gember, ginkgo biloba, ginseng, knoflook/quercetine, kurkuma, lijnzaad, visolie/omega-3 vetzuren en vitamine E) effect hebben. Wees voorzichtig bij het gebruik en meld combinatiegebruik zeker aan uw arts.

 

Dosering voor volwassenen

Q10 moet met voorzichtigheid gebruikt worden in combinatie met radiotherapie, cyclofosfamiden, dacarbazine, platinumanalogen, anthracyclines en antitumorale antibiotica bleomycine en mitomycine. Gebruik in dat geval geen Q10 tijdens de behandeling en ook niet 2 dagen ervoor en erna.

Meestal worden dosissen tussen 50 en 300 mg per dag gebruikt (3). Volg de aanwijzingen op de verpakking.

In België zijn dosissen tot 200 mg per dag toegelaten. Raadpleeg altijd uw oncoloog of behandelend arts, zeker bij gebruik van hogere dosissen.

Referenties

  1. www.cancer.gov
  2. www.mskcc.org/
  3. www.cam-cancer.org
  4. Morey B. et al. A review of evidence-based practice in nutrition related complementary therapies: improving the knowledge of dietitians. Cancer Forum, Vol 35 Issue 2, 2011.
  5. www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed > search term: Premkumar AND q10

Druivenpitextract

De druiven gebruikt om druivenpitextract te produceren, worden meestal aangeleverd door wijnboeren. Druivenpitextract wordt gehaald uit de olie van geplette rode wijndruiven. Druivenpitextract is verkrijgbaar in de vorm van capsules en tabletten.

Toepassingen bij kankerbehandeling

Kankerpatiënten nemen druivenpitextract meestal om de antioxidatieve en antikankeractiviteit die eraan toegeschreven worden.

Druivenpitextract zou ook de leverschade door chemotherapie en de hartschade door doxorubicine kunnen beperken (1,2).

Mogelijke negatieve effecten bij kankerbehandeling

Omwille van de antioxidatieve werking zou druivenpitextract theoretisch het effect van behandelingen met een oxiderende werking kunnen verminderen. Dat is het geval bij radiotherapie, cyclofosfamiden, dacarbazine, platinumanalogen, anthracyclines en antitumorale antibiotica bleomycine en mitomycine.

Druivenpitextract zou de toxiciteit voor het lichaam verhogen van volgende kankerbehandelingen: dacarbazine, campthotecines, cyclofosfamide, EGFR-inhibitoren, taxanen, vincalcaloïden en epipodophyllotoxines (4,5).

 

Algemene bijwerkingen

Druivenpitextract wordt over het algemeen goed verdragen. Soms kan het een droge, jeukende schedel, netelroos, duizeligheid, hoofdpijn, indigestie, misselijkheid en hoge bloeddruk veroorzaken (3).

Interacties met andere geneesmiddelen en voedingssupplementen

Druivenpitextract kan een bloedverdunnend effect hebben (2). Aan mensen die hier al 'klassieke' medicatie voor nemen (zoals warfarine en salicylaten als aspirine (2), wordt aangeraden het gebruik zeker te melden aan hun arts.

Andere voedingssupplementen kunnen ook een bloedverdunnend (gember, ginkgo biloba, ginseng, knoflook/quercetine, kurkuma, lijnzaad, mariadistel, resveratrol, visolie/omega-3 vetzuren en vitamine E) effect hebben. Voorzichtigheid is dus geboden. Meld dus ook combinatiegebruik zeker aan uw arts.

Stop het gebruik van druivenpitextract voor een chirurgische ingreep.

Dosering voor volwassenen

Druivenpitextract moet met voorzichtigheid gebruikt worden in combinatie met radiotherapie, platinumanalogen, anthracyclines en antitumorale antibiotica bleomycine en mitomycine. Gebruik in dat geval geen druivenpitextract tijdens de behandeling en ook niet 2 dagen ervoor en erna.

Het gebruik van druivenpitextract is verder af te raden bij dacarbazine, campthotecines, cyclofosfamide, EGFR-inhibitoren, taxanen, vincalcaloïden en epipodophyllotoxines (4,5).

Druivenpitextract wordt afgeraden bij zwangerschap en borstvoeding (1).

Verder is de gebruikelijke dosis van druivenpitextract 50-100 mg per dag. Volg in ieder geval altijd de aanwijzingen op de verpakking.

Referenties

  1. http://umm.edu
  2. www.mskcc.org
  3. http://nccam.nih.gov
  4. Vandebroek A. Voedingssupplementen. Symposium niet-conventionele kankerbehandelingen, Stichting tegen Kanker, 2011.
  5. Bauvet F. Utilisation des médecines complémentaires et alternatives, en particulier les suppléments alimentaires et les phytothérapies, par les patients en cours de traitement oncologique. Symposium traitements non-conventionnels, Fondation contre le Cancer, 2011.

Echinacea

Echinacea is een kruid dat gebruikt wordt om de duur van verkoudheden en griep in te korten en om de symptomen ervan, zoals keelpijn, koorts en hoest, te verminderen. Het wordt ook gebruikt om de weerstand te bevorderen en infecties te bestrijden (1,2).

Toepassingen bij kankerbehandeling

Echinacea wordt door kankerpatiënten vaak genomen omdat het bekend staat om zijn weerstandsbevorderende eigenschappen, vooral bij infecties van de ademhalingswegen.

Mogelijke negatieve effecten bij kankerbehandeling

Er zijn aanwijzingen dat echinacea het effect van het chemotherapeuticum etoposide (Celltop®, Eposin®, Vepesid®) zou kunnen verminderen (2,3).

Echinacea zou de toxiciteit voor het lichaam verhogen van volgende kankerbehandelingen: dacarbazine, campthotecines, cyclofosfamide, EGFR-inhibitoren, taxanen, vincalcaloïden en epipodophyllotoxines (6,7).

Het gebruik ervan is af te raden bij lymfomen (2).

Algemene bijwerkingen

Echinacea wordt over het algemeen goed verdragen, maar kan hoofdpijn, duizeligheid, maag-darmklachten, overgevoeligheidsreacties als huiduitslag veroorzaken en in hoge doses levertoxisch zijn (2). In zeldzame gevallen kan echinacea een ernstige allergie uitlokken (vooral bij mensen met een reeds bestaande allergie zoals bij astma, hooikoorts …) (2).

Echinacea kan het effect van cafeïne versterken, wanneer het gelijktijdig wordt ingenomen (5).

Er is weinig bekend over de effecten van langdurige inname van echinacea (4).

 

Interacties met andere geneesmiddelen en voedingssupplementen

Echinacea kan reageren met verschillende medicatie, meld het gebruik altijd aan uw arts (1).

Dosering voor volwassenen

Het gebruik van echinacea wordt afgeraden bij dacarbazine, campthotecines, cyclofosfamide, EGFR-inhibitoren, taxanen, vincalcaloïden en epipodophyllotoxines. Gebruik van echinacea wordt ook afgeraden bij chemotherapeutica op basis van etoposide (Celltop®, Eposin®, Vepesid®). Vraag uw arts of u een van deze middelen toegediend krijgt (2).

Het is verder te mijden bij lymfomen, (auto-)immuniteitsziekten, leveraandoeningen en tijdens de zwangerschap en borstvoeding (1).

Respecteer de aanbevolen dosis op de bijsluiter. Die is afhankelijk van de soort echinacea en de vorm waarin het wordt ingenomen (capsule, sap, thee, tinctuur …).

Referenties

  1. http://umm.edu
  2. www.mskcc.org
  3. www.bcfi.be
  4. Natural Medicines Comprehensive Database: professional version. Echinacea monograph. Stockton (CA): Therapeutic Research Faculty. Available online. Accessed 8 February 2017.
  5. www.nlm.nih.gov/medlineplus
  6. Vandebroek A. Voedingssupplementen. Symposium niet-conventionele kankerbehandelingen, Stichting tegen Kanker, 2011.
  7. Bauvet F. Utilisation des médecines complémentaires et alternatives, en particulier les suppléments alimentaires et les phytothérapies, par les patients en cours de traitement oncologique. Symposium traitements non-conventionnels, Fondation contre le Cancer, 2011.

Ginkgo

Ginkgo biloba wordt reeds vele jaren voor verschillende aandoeningen gebruikt.

Toepassingen bij kankerbehandeling

Ginkgo biloba kan de toxiciteit voor het hart bij behandeling met doxorubicine voorkomen en verminderen (1).

Bijkomende studies zijn nodig om de aanwijzingen van antikankeractiviteit van ginkgo te onderzoeken (3).

Mogelijke negatieve effecten bij kankerbehandeling

Omwille van de antioxidatieve werking zou ginkgo het effect van behandelingen met een oxiderende werking kunnen verminderen. Dat is het geval bij radiotherapie, cyclofosfamiden, dacarbazine, platinumanalogen, anthracyclines en antitumorale antibiotica bleomycine en mitomycine.

Ginkgo kan interfereren met gefitinib (Iressa®)  en letrozole (Femara®, Letrozole®) (2,6).

Ginkgo zou de toxiciteit voor het lichaam verhogen van volgende kankerbehandelingen: dacarbazine, campthotecines, cyclofosfamide, EGFR-inhibitoren, taxanen, vincalcaloïden en epipodophyllotoxines (6,7).

Algemene bijwerkingen

Ginkgo wordt over het algemeen goed verdragen, maar kan soms duizeligheid, allergische (huid)reacties en in sommige gevallen hersenbloedingen geven (3,4).

Omwille van het bloedverdunnend effect wordt aangeraden de inname van ginkgo minstens 36 uur vóór een chirurgische ingreep te stoppen (4).

Interacties met andere geneesmiddelen en voedingssupplementen

Ginkgo kan een suikerverlagend (3) en bloedverdunnend effect hebben. Mensen die hier al 'klassieke' medicatie voor nemen, krijgen de raad het gebruik van ginkgo zeker te melden aan hun arts (4).

Andere voedingssupplementen kunnen ook een suikerverlagend (aloë vera, betaglucanen, gember, ginseng, knoflook, kurkuma en Q1O) en een bloedverdunnend (druivenpitextract/resveratrol, gember, ginseng, knoflook/quercetine, kurkuma, lijnzaad, visolie/omega-3 vetzuren en vitamine E) effect hebben. Wees dus voorzichtig bij het gebruik en meld dus ook combinatiegebruik zeker aan uw arts.

Er zijn ook interacties beschreven met bepaalde bloedverdunners, ontstekingswerende middelen, middelen tegen virussen en medicatie tegen epilepsie.

Dosering voor volwassenen

Ginkgo moet met voorzichtigheid gebruikt worden in combinatie met radiotherapie, platinumanalogen, anthracyclines en antitumorale antibiotica bleomycine en mitomycine. Gebruik in dat geval geen ginkgo tijdens de behandeling en ook niet 2 dagen ervoor en erna.

Het gebruik van ginkgo is af te raden bij gefitinib (Iressa®) en letrozole (Femara®, Letrozole®) (2,6).

Gebruik van ginkgo is ook af te raden bij dacarbazine, campthotecines, cyclofosfamide, EGFR-inhibitoren, taxanen, vincalcaloïden en epipodophyllotoxines (7,8). Vraag uw arts of u een van deze middelen toegediend krijgt.

Bij zwangerschap en borstvoeding wordt het afgeraden (4).

De normale dosis is 120-240 mg per dag. Respecteer deze doses: hogere doses ginkgo biloba zijn mogelijk kankerverwekkend (4,5).

Referenties

  1. Yi SY et al. Effect of extract of Ginkgo biloba on doxorubicin-associated cardiotoxicity in patients with breast cancer. Zhongguo Zhong Xi Yi Jie He Za Zhi, 2008 Jan;28(1):68-70, Chinese, PubMed PMID: 18418975.
  2. www.bcfi.be
  3. www.mskcc.org
  4. www.umm.edu
  5. www.cancer-environnement.fr
  6. Vandebroek A. Voedingssupplementen. Symposium niet-conventionele kankerbehandelingen, Stichting tegen Kanker, 2011.
  7. Bauvet F. Utilisation des médecines complémentaires et alternatives, en particulier les suppléments alimentaires et les phytothérapies, par les patients en cours de traitement oncologique. Symposium traitements non-conventionnels, Fondation contre le Cancer, 2011.

Groene thee

Thee (Camellia sinensis) wordt klassiek genuttigd als drank met weldoende effecten. Vooral de effecten van zwarte en groene thee zijn bestudeerd, en bij groene thee blijken ze het sterkst. Groene thee is ook beschikbaar in voedingssupplementen, waarbij vaak naar het catechinegehalte wordt verwezen. Het zijn vooral de catechines waaraan de gezonde effecten van (groene) thee zouden kunnen toegeschreven worden.

Toepassingen bij kankerbehandeling

Groene thee wordt door kankerpatiënten vooral genomen omwille van de antikanker- en weerstandsbevorderende activiteiten die eraan toegeschreven worden. Het zou vooral bij chronische lymfatische leukemie, borst- en huidkanker de voortgang van de ziekte kunnen vertragen (1).

Groene thee (450 mg/d in supplementvorm) zou diarree en braken veroorzaakt door radiotherapie ter hoogte van de buikholte of het bekken kunnen voorkomen of verminderen (2).

Mogelijke negatieve effecten bij kankerbehandeling

Omwille van de antioxidatieve werking zou groene thee het effect van behandelingen met een oxiderende werking kunnen verminderen. Dat is het geval bij radiotherapie (van hoeveelheden hoger dan 450 mg/d in supplementvorm), cyclofosfamiden, dacarbazine, platinumanalogen, anthracyclines en antitumorale antibiotica bleomycine en mitomycine (2,3,4).

Groene thee zou de toxiciteit van volgende kankerbehandelingen verhogen: dacarbazine, campthotecines, cyclofosfamide, EGFR-inhibitoren, taxanen, vincalcaloïden en epipodophyllotoxines (9,10).

Groene thee kan het effect van bortezomib (Velkade®) (4) en irinotecan (Campto®, Irinosin®, Irinotecan®) (4) beïnvloeden en wordt ook in dat geval afgeraden (1).

Hoewel er aanwijzingen zijn dat groene thee de progressie van prostaatkanker zou vertragen, zijn er evenzeer aanwijzingen dat groene thee een gen kan activeren in prostaatkankercellen dat hen minder gevoelig maakt voor chemotherapie (5).

Algemene bijwerkingen

Hoge doses groene thee, of gebruik van groene thee extract (equivalent van 5 liter per dag), kunnen buikpijn, misselijkheid, braken, diarree, winderigheid, slapeloosheid en verwarring geven (6).

Groene thee kan de absorptie van ijzer en andere vitamines en mineralen verlagen. Wie veel groene thee drinkt, laat daarom best geregeld haar/zijn (ijzer)status controleren door middel van een bloedafname (1).

Interacties met andere geneesmiddelen en voedingssupplementen

Groene thee kan interageren met bloedverdunnende medicatie en ze net meer (bij aspirine) of minder (bij warfarine) (6) effectief maken. Overleg dit met uw arts en stop het gebruik van groene thee in ieder geval een aantal dagen voor een chirurgische ingreep.

Andere voedingssupplementen kunnen ook een bloedverdunnend (druivenpitextract/resveratrol, gember, ginkgo biloba, ginseng, knoflook/quercetine, kurkuma, lijnzaad, Q10, selenium, visolie/omega-3 vetzuren en vitamine E) effect hebben. Wees voorzichtig bij het gebruik en meld combinatiegebruik zeker aan uw arts.

Dosering voor volwassenen

Groene thee moet met voorzichtigheid gebruikt worden in combinatie met radiotherapie (van hoeveelheden hoger dan 450 mg/d in supplementvorm), platinumanalogen, anthracyclines en antitumorale antibiotica bleomycine en mitomycine. Gebruik in dat geval geen groene thee tijdens de behandeling en ook niet 2 dagen ervoor en erna (2,3).

Groene thee wordt ook afgeraden bij dacarbazine, campthotecines, cyclofosfamide, EGFR-inhibitoren, taxanen, vincalcaloïden en epipodophyllotoxines (9,10). Vraag uw arts of u een van deze middelen toegediend krijgt.

Eveneens bij behandeling met chemotherapeutica op basis van bortezomib (Velkade®) (4) en irinotecan ( Campto®, Irinosin®, Irinotecan® ) wordt groene thee afgeraden (1).

Verder lijkt een goede dosering tussen 3 à 9 koppen of 250 mg catechines per dag. Volg in ieder geval altijd de aanwijzingen op de verpakking. Bij zwangerschap, borstvoeding en hartproblemen wordt een maximum van 2 koppen per dag aangeraden (5).

Referenties

  1. www.mskcc.org
  2. Emami H1 et al. Double-blinded, randomized, placebo-controlled study to evaluate the effectiveness of green tea in preventing acute gastrointestinal complications due to radiotherapy. J Res Med Sci. 2014 May;19(5):445-50.
  3. http://ods.od.nih.gov
  4. www.bcfi.be
  5. http://umm.edu
  6. Morey B. et al. A review of evidence-based practice in nutrition related complementary therapies: improving the knowledge of dietitians. Cancer Forum, Vol 35 Issue 2, 2011. 
  7. www.nlm.nih.gov/medlineplus
  8. Vandebroek A. Voedingssupplementen. Symposium niet-conventionele kankerbehandelingen, Stichting tegen Kanker, 2011.
  9. Bauvet F. Utilisation des médecines complémentaires et alternatives, en particulier les suppléments alimentaires et les phytothérapies, par les patients en cours de traitement oncologique. Symposium traitements non-conventionnels, Fondation contre le Cancer, 2011.

Kurkuma

Kurkuma (Curcuma longa) is een polyphenol afkomstig van de oorspronkelijk Indiase gelijknamige plant. Kurkuma wordt in de keuken gebruikt als specerij en is herkenbaar door de fel geelachtige kleur, die ook de typische kleur geeft aan kerrie, waar het een onderdeel van is.

In Azië wordt kurkuma ook sinds eeuwen gebruikt als medicijn. Het zou ontstekingswerende, antioxidatieve, antikanker-, hart- en leverbeschermende, antiarthritis- en anti-infectieuze eigenschappen bezitten.

Het is tegenwoordig ook wijd verspreid verkrijgbaar als voedingssupplement onder verschillende vormen. Het actieve bestanddeel zijn drie soorten curcumines.

Toepassingen bij kankerbehandeling

Voor meerdere kankertypes zijn er aanwijzingen dat kurkuma de kankerontwikkeling zou vertragen. In combinatie met radio- en chemotherapie zou kurkuma voor verhoogde celdood, verminderde uitzaaiing en verminderde toxiciteit (zoals ondermeer minder aantasting van de huid door radiotherapie bij borstkanker (1,3) kunnen zorgen (6,8,9,10). 

Ook zijn er recent twee studies geweest waarbij een positief effect werd gezien op de levenskwaliteit van patiënten met verschillende types kanker die radio- en/of chemotherapie ondergingen. Het kurkuma supplement dat werd gebruikt in deze studie heeft echter wel een zeer specifieke formulatie met verbeterde opname in het lichaam. (6,7).

Ook al wijzen deze studies op een gunstig effect wanneer radiotherapie en sommige chemotherapeutica gecombineerd worden met kurkuma, toch wordt afgeraden om ze samen te nemen op de dagen van behandeling (zie mogelijke negatieve effecten bij kankerbehandelingen onderaan).

Een verbeterd effect van de behandeling wordt bovendien specifiek vermoed voor metothrexaat (Emthexate®, Ledertrexate®, Metoject®, Metothrexate® ) (1). Hetzelfde geldt bij vergevorderde borstkanker behandeld met docetaxel (Docetaxel®, Taxotere®, Tevadocel ®) (1,2) en bij pancreaskanker (2) behandeld met gemcitabine. Bijkomend onderzoek is evenwel nodig om dit alles te bevestigen (2).

Kurkuma onder vorm van gel of mondspoeling, zou mucositis en bijhorende pijn kunnen verminderen (13).

Mogelijke negatieve effecten bij kankerbehandeling

Kurkuma wordt beter niet gebruikt in combinatie met bepaalde chemotherapeutica, waarvan het de werking zou verminderen. Dit zou het geval zijn voor cyclofosfamide (Endoxan®) (1,3). En hoewel verder onderzoek nodig is, ook bij epipodophyllotoxines (Celltop®, Eposin®, Vepesid®...) (1,8) en bij borstkankerbehandeling voor bijvoorbeeld camptothecines (Campto®, Irinosin®, Irinotecan®,…) (1) en Doxorubicine® (3). Ook wordt voorzichtigheid aangeraden bij het gebruik van kurkuma in combinatie met hormoontherapie bij borstkanker. Het blijkt immers dat kurkumasuppletie de gevoeligheid voor Tamoxifen vermindert en op die manier de werking minder efficiënt maakt (12). 

Omwille van de antioxidatieve werking zou kurkuma het effect van behandelingen met een oxiderende werking kunnen verminderen. Dat is het geval bij radiotherapie, cyclofosfamiden, dacarbazine, platinumanalogen, anthracyclines en antitumorale antibiotica bleomycine en mitomycine.

Algemene bijwerkingen

Voor mensen met galblaas- (6) en maagzuurproblemen (4) is kurkuma af te raden, gezien het deze aandoeningen kan verergeren (4). 

Omwille van het bloedverdunnend effect van kurkuma wordt aangeraden om 2 weken vóór een chirurgische ingreep te stoppen met de inname ervan (4).

Interacties met andere geneesmiddelen en voedingssupplementen

Kurkuma kan een bloedverdunnend en suikerverlagend effect hebben. Aan mensen die hier al 'klassieke' medicatie voor nemen, wordt aangeraden het gebruik van kurkuma zeker te melden aan hun arts. 

Andere voedingssupplementen kunnen ook een suikerverlagend (aloë vera, betaglucanen, gember, ginkgo biloba, ginseng, knoflook en Q1O) en een bloedverdunnend (druivenpitextract/resveratrol, gember, ginkgo biloba, ginseng, knoflook/quercetine, lijnzaad, visolie/omega-3 vetzuren en vitamine E) effect hebben. Wees dus voorzichtig bij het gebruik en meld dus ook combinatiegebruik zeker aan uw arts (4).

Dosering voor volwassenen

Kurkuma moet met voorzichtigheid gebruikt worden in combinatie met radiotherapie,  dacarbazine, platinumanalogen, anthracyclines en antitumorale antibiotica bleomycine en mitomycine. Gebruik in dat geval geen kurkuma tijdens de behandeling en ook niet 2 dagen ervoor en erna. 

Kurkuma wordt beter niet gebruikt bij behandeling met cyclofosfamide (Endoxan®), doxorubicine (Adriblastina®, Caelyx®, Doxorubicine®, Myocet®) (2,4) en bij borstkankerbehandeling ook voor bijvoorbeeld camptothecines (Campto®, Irinosin®, Irinotecan®,…) (1) en doxorubicine (Adriblastina®, Caelyx®, Doxorubicine®, Myocet®) (3).

 

In andere gevallen wordt tot 12 g per dag meestal goed verdragen (3). Volg in ieder geval altijd de aanwijzingen op de verpakking. Gebruik samen met zwarte peper en vet verhoogt de beschikbaarheid van kurkuma in het lichaam. Hogere dosissen, slechte verdraagbaarheid en langdurige inname kunnen leiden tot indigestie, diarree en misselijkheid (6).

 

Referenties

  1. www.bcfi.be 
  2. Bayet-Robert M. et al. Phase I dose escalation trial of docetaxel plus curcumin in patients with advanced and metastatic breast cancer. Cancer Biol. Ther. 2010;9:8–14. 
  3. www.cam-cancer.org
  4. www.mskcc.org
  5. http://umm.edu
  6. http://nccih.nih.gov
  7. Belcaro G. et al. A controlled study of a lecithinized delivery system of curcumin (Meriva®) to alleviate the adverse effects of cancer treatment. Phytother Res. 2014 Mar;28(3):444-50. Epub 2013 Jun 15. PubMed PMID: 23775598
  8. Panahi Y. et al. Adjuvant therapy with bioavailability-boosted curcuminoids suppresses systemic inflammation and improves quality of life in patients with solid tumors: a randomized double-blind placebo-controlled trial. Phytother Res. 2014 Oct;28(10):1461-7. Epub 2014 Mar 19. PubMed PMID: 24648302.
  9. Saleh EM et al. Antagonism between curcumin and the topoisomerase II inhibitor etoposide: a study of DNA damage, cell cycle regulation and death pathways. Cancer Biol Ther. 2012 Sep;13(11):1058-71.
  10. Bordoloi D. et al. Multi-Targeted Agents in Cancer Cell Chemosensitization: What We Learnt from Curcumin Thus Far. Recent Pat Anticancer Drug Discov. 2016;11(1):67-97.
  11. Ryan J.L. et al. Curcumin for radiation dermatitis: A randomized, double-blind, placebo-controlled clinical trial of thirty breast cancer patients. Radiat. Res. 2013;180:34–43.
  12. Hussaarts, K. et al. Impact of Curcumin (with or without Piperine) on the Pharmacokinetics of Tamoxifen. Cancers, 2019, 11.3: 403.
  13. Normando, A. G. C., de Menêses, A. G., de Toledo, I. P., Borges, G. Á., de Lima, C. L., dos Reis, P. E. D., & Guerra, E. N. S. (2019). Effects of turmeric and curcumin on oral mucositis: A systematic review. Phytotherapy Research.

Maretak

Maretakextracten (Viscum album) worden al sinds begin twintigste eeuw voorgesteld als aanvulling op een kankerbehandeling. Klinische studies gebruiken veelal commercieel verkrijgbare extracten van de maretakplant (ANOBAViscum®, Cephalektin®, Eurixor®, Helixor®, Iscador®, Isorel®, Lekinol®). Het betreft altijd Europese maretak, geen Amerikaanse maretak. Deze laatste dient uitsluitend als decoratie (1).

Opgelet: onbewerkte maretakbessen en -bladeren zijn bijzonder toxisch, overdosis kan tot de dood leiden (2)!

Toepassingen bij kankerbehandeling

Hoewel verder onderzoek nodig blijft, zijn er verschillende aanwijzingen dat maretakextract kan zorgen voor minder bijwerkingen van de kankerbehandeling, verbeterde levenskwaliteit, minder vermoeidheid, bevordering van de weerstand en verbeterde overleving (3,4,5,6,7).

Mogelijke negatieve effecten bij kankerbehandeling

Lange termijn gebruik van maretak door (ex)-kankerpatiënten kan op gebied van weerstand de activiteit van de T-cellen (een soort witte bloedcellen die betrokken zijn bij verschillende afweerreacties) beïnvloeden. Praat erover met uw arts als u lang maretak gebruikt.

Algemene bijwerkingen

Er zijn zelden bijwerkingen. Af en toe treedt lokaal een ontstekingsreactie op wanneer het extract onderhuids wordt toegediend. In zeldzame gevallen kan gebruik leiden tot (hevige) allergische reacties. Bij sommige personen lokt maretakextract ook verschillende andere bijwerkingen uit, zoals griepachtige symptomen, rillingen, koorts, hoofdpijn, lage bloeddruk, borstpijn, diarree en braken (2,3).

Interacties met andere geneesmiddelen en voedingssupplementen

Maretak kan bloeddrukverlagend werken en dus interageren met medicatie tegen hoge bloeddruk. Het kan verder ook de werking van medicatie bij hartritmestoornissen beïnvloeden.

Dosering voor volwassenen

Maretak mag niet gebruikt worden bij zwangerschap en borstvoeding.

Maretakextract wordt meestal meermaals per week onderhuids toegediend. Dat maakt het eigenlijk tot een geneesmiddel en geen voedingssupplement. Orale inname van maretak blijkt niet nuttig bij kanker.

Gebruik maretak uitsluitend onder begeleiding van een arts (1).

Referenties

  1. http://nccam.nih.gov
  2. www.mskcc.org
  3. Morey B. et al. A review of evidence-based practice in nutrition related complementary therapies: improving the knowledge of dietitians. Cancer Forum, Vol 35 Issue 2, 2011. 
  4. Del Fabbro B. et al. Nutrition and the Cancer Patient. Oxford University Press, 2010.
  5. www.umgcc.org
  6. www.cam-cancer.org
  7. Oei, S. L., Thronicke, A., & Schad, F. (2019). Mistletoe and Immunomodulation: Insights and Implications for Anticancer Therapies. Evidence-Based Complementary and Alternative Medicine, 2019.

Mariadistel

Mariadistel (Silybum marianum) is een plant die vooral gebruikt wordt omwille van haar bescherming van de lever tegen toxische stoffen, zoals alcohol en bepaalde geneesmiddelen, en bij leveraandoeningen. Sylimarine (en derivaat silybinine), een bestanddeel van mariadistel, is bekend om zijn antioxidatieve en ontstekingsremmende effecten. Mariadistel is beschikbaar in capsules, tinctuur en extract.

Toepassingen bij kankerbehandeling

Kinderen met acute lymfoblastische leukemie bleken in een studie minder bijwerkingen van de chemotherapie te hebben bij inname van sylimarine (2).

Mogelijke negatieve effecten bij kankerbehandeling

Omwille van de antioxidatieve werking zou mariadistel het effect van behandelingen met een oxiderende werking kunnen verminderen. Dat is het geval bij radiotherapie, cyclofosfamiden, dacarbazine, platinumanalogen, anthracyclines en antitumorale antibiotica bleomycine en mitomycine (2,3).

Algemene bijwerkingen

Mariadistel kan, in hoge dosissen, toename van bilirubine en leverenzymen geven. (2)

Dosering voor volwassenen

Mariadistel moet met voorzichtigheid gebruikt worden in combinatie met radiotherapie, cyclofosfamiden, dacarbazine, platinumanalogen, anthracyclines en antitumorale antibiotica bleomycine en mitomycine. Gebruik in dat geval geen mariadistel tijdens de behandeling en ook niet 2 dagen ervoor en erna. (2,3)

Een dosis tot 1500 mg per dag geeft weinig tot geen bijwerkingen. Volg in ieder geval altijd de aanwijzingen op de verpakking (4).

 

Referenties

  1. http://nccam.nih.gov
  2. www.mskcc.org
  3. Morey B. et al. A review of evidence-based practice in nutrition related complementary therapies: improving the knowledge of dietitians. Cancer Forum, Vol 35 Issue 2, 2011.
  4. Del Fabbro B. et al. Nutrition and the Cancer Patient. Oxford University Press, 2010.

Pagina's

Meer lezen? Niet gevonden wat je zocht?



Ben je op zoek naar meer gedetailleerde informatie? Vond je het supplement of de informatie die je zocht niet? Mogelijk vind je wat je zoekt wel op een van volgende websites:

Deze toepassing is een realisatie van Stichting tegen Kanker. Ze kwam tot stand onder de supervisie van dr. An Vandebroek, medisch oncologe, ZNA Antwerpen en dr. Fanny Bauvet, medisch oncologe, ziekenhuis Sainte-Anne Saint-Remi Brussel.Ook Antikankerfonds verleende inhoudelijke goedkeuring voor de fiches.

De informatie in de fiches van deze toepassing is louter informatief, enkel voor persoonlijk gebruik en vervangt geen medische consultatie. De fiches mogen op geen enkele manier worden verspreid zonder Stichting tegen Kanker als bron te vermelden.